Tag Archives: boven water


Permalink to (1989!)

(1989!)

In het nieuwe gebouw van De Arbeiderspers / A.W. Bruna wordt een auteursborrel gehouden. Ik sta nonchalant aan mijn champagne te nippen. Het voelt heel natuurlijk, hier zou ik best aan kunnen wennen. De overgrote meerderheid van de aanwezigen is grijs of kaal. Mijn studie, sport en stapavonden lijken ver weg. Ik raak aan de praat met een schrijver die net als ik de gemiddelde leeftijd flink naar beneden lijkt te halen. Als ik deze gedachte met hem deel, kijkt hij me even bevreemd aan. “Ik ben 41, hoor. Hoe oud ben jij dan?” Hij lijkt te schrikken als ik vertel dat ik 22 ben.

Het overkomt me de laatste tijd steeds vaker. Even daarvoor nog werd mij door een schrijfster die ondertussen al een behoorlijk oeuvre had opgebouwd gevraagd wat ik dan deed. “Jij schrijft ook? Hoe oud ben je dan?” Bij de borrel na Tijd voor MAX werd gesteld: “Hoe je het ook wendt of keert, jij bent nog heel erg jong.” En in een recensie van Passionata Magazine vond ik de zin: “Over het vacuüm na deze waargebeurde vermissing schreef Marcella Veldthuis (1989!) het verrassend rijpe debuut Boven water.” Ik verbaasde me over het uitroepteken.

Het geeft te denken. Wanneer houdt leeftijd op in je voordeel te werken? Wanneer veranderen de woorden ‘nog maar’ voor het aantal jaren in ‘al’? Wanneer durven mensen zelfs niet meer naar je leeftijd te vragen, uit angst dat de vraag als beledigend wordt ervaren?

Met elke keuze die ik nu maak sluit ik andere mogelijkheden uit. Ik ben het punt gepasseerd dat de ‘echte volwassenen’ met een vleugje jaloezie in hun stem zeiden dat de hele wereld nog voor me openligt. En de Mozart van de literatuur zal ik ook nooit meer kunnen worden. Ik voel me dus zeker niet zo jong als iedereen me lijkt te beschouwen.

Na de borrel haastte ik me naar het station om de trein naar het noorden te halen. Mijn sigaretten waren op, dus ik sprintte nog snel de AH to go in om een nieuw pakje te kopen. “Mag ik je legitimatie even zien?” vroeg het meisje achter de kassa.

Verbaasd keek ik haar aan. “Is mijn rijbewijs oké?” Ik diepte het roze pasje op uit mijn portemonnee.

Het meisje werd rood. “Sorry,” zei ze, “onder de twintig jaar moet ik het nog vragen.”

Het moet niet gekker worden.


Permalink to Grunningse nuchterheid

Grunningse nuchterheid

Vorige week had ik ineens mail van Tijd voor MAX. Daarin stond de vraag of ik de uitgeverij even drie boeken kon laten opsturen, omdat ik héél misschien in het programma van 6 februari mocht komen. Ik mailde het direct door naar de uitgever. De volgende middag werd ik al gebeld. Het meisje aan de telefoon had het boek al uit, vertelde ze. En de vraag of ik misschien maandag te gast wilde zijn in het programma. En, heel belangrijk, had ik de zebra nog die ik destijds moest kleien?

Nee, die heb ik niet meer. Misschien maar goed ook, want iedereen zou direct twijfelen aan mijn creatieve vermogens. Ik weet nog goed dat ik de zebra boetseerde en mijn moeder me even bemoedigend op mijn arm klopte. “Mooi, hoor. Je giraffe begint al echt ergens op te lijken!” En ze deed het niet eens expres.


Afgelopen maandag gingen we dus naar Tijd voor MAX. Eerst zou alleen mijn moeder meegaan, maar op het laatste moment schoven mijn vriend en een vriend van de familie nog aan. In de auto was ik al gespannen. We waren een uur te vroeg in Hilversum. De deur van studio 23, onze bestemming, was nog niet eens open. Een medewerker liet ons binnen en ik werd direct naar een visagiste geleid. Onze jassen konden intussen wel even in onze eigen kleedkamers neergelegd worden. We brachten de uren tot de uitzending door met voorgesprekken, handjes schudden, het bevestigen van zendertjes en praten met alle programmamedewerkers.

Het was fantastisch. Wat werden we in de watten gelegd. En wat was iedereen lief. En wat vonden ze het eng dat ik zo zenuwachtig was. Wat hebben ze dus ook vaak gevraagd of ik iets kalmerends wilde. En wat viel het achteraf allemaal mee.

Na de uitzending was de eerste vraag die mij gesteld werd: “Rood of wit?” Sybrand Niessen schonk een wijntje voor me in. Ik liet De Vliegenvanger signeren door Rik Felderhof en praatte nog even met Martine van Os. Het was kortom een hele geslaagde dag.

Is er dan niets misgegaan? Nou, wel bijna. Mijn moeder zat in het publiek en kreeg de vraag of wij ooit in paniek waren geraakt. Ze antwoordde ontkennend.

“Is dat die Grunningse nuchterheid ook?”, vroeg Sybrand, live in de uitzending.

Ik zat me te verbijten. Ik zag de blooperfilmpjes van De wereld draait door al voor me. Leuke reclame voor Boven water, maar iets minder leuk voor mijn moeder…

Mijn moeder, een rasechte Fries, aarzelde even voor ze antwoord gaf. “Nou ja, denk het” zei ze toen.

 


Permalink to Twee Amsterdammertjes

Twee Amsterdammertjes

Ik voelde me net een inbreker toen ik door de Selexyz sloop. Na mijn vorige bericht over het onderwerp, heb ik mijn eigen boek namelijk nog steeds niet in de boekhandels gezien. Dit kwam een helemaal naar Groningen afgereisde studiegenoot uit Amsterdam te weten. Hij was in de stad om me te interviewen voor het Amsterdamse Absint, een universiteitsblad verbonden aan de studie Nederlands.

Ik vond het leuk, want in al die jaren dat ik heen en weer gereisd heb tussen Groningen en Amsterdam, is het me nog nooit gelukt een Amsterdammer verder te laten reizen dan tot Amersfoort. Daarna worden ze bang en willen ze terug. Mensen uit Amsterdam schijnen namelijk vast te houden aan het oude idee dat de wereld plat is, en dat die ophoudt bij de grenzen van de Randstad. Mijn Amsterdamse studentenleven heeft zich dan ook echt alleen afgespeeld in Amsterdam. We gingen de kroeg in na college, dronken bier en maakten wilde plannen voor de toekomst. Maar het was altijd een Amsterdamse kroeg.

Ik besefte dus heel goed hoe bijzonder het was om de oud-studiegenoot in Groningen te mogen ontvangen. We rookten een sigaret, slenterden wat rond over de Vismarkt en becommentarieerden de ‘kermis’ of wat daarvoor door zou moeten gaan – het bestond in ieder geval uit enkel een reuzenrad en een draaimolen. Ik vroeg hoe het in Amsterdam is sinds ik daar niet meer studeer en we namen de recentste roddels door over onze (ex-)medestudenten en (ex-)docenten. Weinig veranderd sinds ik was vertrokken, alles gaat zijn gangetje en ja, die en die gedroegen zich nog steeds zus en zo.

Grappig: als je ergens vertrekt, zeggen de achterblijvers altijd dat er niets veranderd is, terwijl je zelf bij terugkomst meestal ziet hoe opvallend weinig hetzelfde is gebleven.

Maar goed, toen we de Selexyz passeerden, besloten we om even binnen te gaan kijken. Enkele dagen ervoor had mijn oma me nog via de telefoon verzekerd dat ik er écht lag (“Ja, en ook in die andere boekhandel!”). De Amsterdamse studiegenoot en ik gingen dus naar binnen en liepen rechtstreeks naar de Literatuur top 10. Daar lag ik niet. Op de hele afdeling ‘Literatuur’  was ik niet te vinden. We besloten het professioneler aan te pakken en liepen beiden zoekend een andere kant op. Na tien minuten troffen we elkaar weer – ik was neerslachtig, hij hongerig. We hadden net besloten het op te geven, toen mijn oog viel op een bordje met de tekst “Ramsj in de kelder”. Hij zag het ook. We keken elkaar even aan en liepen toen naar beneden.

Ik lag er. Niet bij de ramsj, maar bij de non-fictie. Hoewel Jaap Goedegebuure in de Trouw van 7 januari concludeerde dat literaire non-fictie in opkomst is, wordt het genre blijkbaar toch diep weggestopt. Het maakte niet uit, want voor het eerst zag ik mijn eigen boek staan. Staan, want ze stonden rechtop, tegen de muur, zes naast elkaar. Ik was trots. Een dag later stuurde Jildert Niessen me bovendien een foto (foto hiernaast) van mijn boek in een boekhandel in Leeuwarden. Hij krijgt dat biertje.

Over bier gesproken: de studiegenoot uit Amsterdam besloot dat we lang genoeg getreuzeld hadden en dat het tijd was om te gaan interviewen. We zochten een café en bestelden twee biertjes. De ober zette ze voor ons neer.

“Alstublieft, twee Amsterdammertjes.”

Dat voelde toch weer even net als vroeger.


Permalink to Literatuur top 10?

Literatuur top 10?

Het schrijven en mogen uitgeven van een boek is niet alleen leuk, het confronteert je ook met je eigen onhebbelijke trekjes. Zo heb ik de laatste drie weken ontdekt dat ik toch wel heel ijdel en aandachtsgeil ben. Ik loop elke boekhandel in – draag nog net geen zonnebril of camouflerende sjaal – om stiekem te kijken of mijn boek er wel verkocht wordt. Als ik hem niet zie liggen, loop ik weer weg. Maar natuurlijk niet voordat ik degene met wie ik op dat moment door het winkelcentrum struin de opdracht heb gegeven om even in de boekhandel te vragen of ze “dat nieuwe boek van Marcella Veldthuis, Boven water, waarover ik zoveel gehoord heb!” ook verkopen. Zo heb ik mijn vriend al zeker tien winkels in gestuurd.

“Maar wat als ze dan zeggen: ‘Ja, hoor. Ik haal hem even uit het magazijn?’”

“Dan zeg je maar: ‘Goed om te weten, ik zal het aan mijn moeder doorgeven. Die wil hem erg graag!’”

Arm vriendje.

Arme ik. Mijn nieuwsgierigheid en ijdelheid is namelijk nog nooit bevredigd. Ik heb mezelf nog nooit zien liggen. Vorige week belde mijn oma enthousiast op om te vertellen dat de Bruna in Hoogezand een stapeltje had liggen. Toen ik er vanmiddag was, lag er niks meer. En ik was nog wel zo lang bezig geweest mezelf moed in te praten: als ik een stapeltje had zien liggen, had ik het willen verplaatsen naar de Literatuur top 10. “Aanrader voor de feestdagen!” Kijken wat er gebeurt.

Mijn plannetje was briljant, maar werd dus gedwarsboomd door het gebrek aan boeken. Vandaar dat ik vraag: beste lezer, weet iemand in welke boekhandel een exemplaar van Boven water te vinden is? Sterker nog: de eerste persoon die een foto maakt (en op mijn facebookpagina plaatst) van mijn boek in de boekwinkel – al dan niet bij de Literatuur top 10 – trakteer ik op een biertje!


Permalink to Vuile vaat

Vuile vaat

Daar zit ik dan, met mijn masteropleiding Nederlandse taal en cultuur. Ik dacht dat het publiceren van een boek vooral een kwestie van schrijven was. Op mijn (toenmalige) clichématige tochtige zolderkamer werkte ik aan wat mijn debuut zou worden, helemaal in de stijl van de bekende droogbroodschrijvers. Ik was opgelucht toen ik de laatste versie van het manuscript inleverde. Eindelijk klaar!

Mis. Toen begon het echte werken pas.

Aanstaande vrijdag om 20:00 uur wordt de officiële boekpresentatie gehouden in Hotel Hulsebos. Een beetje angstig voel ik de datum dichterbij komen. Het op één na ergste wat kan gebeuren is dat er slechte recensies komen. Het ergste is dat er helemaal géén recensies komen. Wat zal er gebeuren?

Over aandacht vooraf heb ik in ieder geval niet te klagen: ik heb een dagboek voor het Dagblad van het Noorden mogen schrijven, en al interviews mogen geven aan Vriendin, de Veendammer, Boeien en Trouw. Interviews met Radio Noord en het Pekeltje zullen nog volgen. Er wordt veel publiciteit gegenereerd via lokale initiatieven en de website is zo goed als af (bedankt Daan!). Bovendien mag ik voor vrijdag nog even vijftig boeken signeren voor het Dagblad van het Noorden. Het is een beetje onwerkelijk.

Eerst vrijdag maar eens zien door te komen. Op dit moment zit ik met een Vriendin voor mijn neus. Het eerste wat mijn moeder deed was haar exemplaar dubbelvouwen. Mijn vriend sms’te al dat hij me in eerste instantie niet eens herkende op de foto’s. Logisch, want dankzij de fotografe én de visagist zijn ze ook onrealistisch mooi geworden.

Het is onwerkelijk. Gelukkig is de vuile vaat niet weggephotoshopt. Dat maakt het weer echt.