Tag Archives: interview


Permalink to Twee Amsterdammertjes

Twee Amsterdammertjes

Ik voelde me net een inbreker toen ik door de Selexyz sloop. Na mijn vorige bericht over het onderwerp, heb ik mijn eigen boek namelijk nog steeds niet in de boekhandels gezien. Dit kwam een helemaal naar Groningen afgereisde studiegenoot uit Amsterdam te weten. Hij was in de stad om me te interviewen voor het Amsterdamse Absint, een universiteitsblad verbonden aan de studie Nederlands.

Ik vond het leuk, want in al die jaren dat ik heen en weer gereisd heb tussen Groningen en Amsterdam, is het me nog nooit gelukt een Amsterdammer verder te laten reizen dan tot Amersfoort. Daarna worden ze bang en willen ze terug. Mensen uit Amsterdam schijnen namelijk vast te houden aan het oude idee dat de wereld plat is, en dat die ophoudt bij de grenzen van de Randstad. Mijn Amsterdamse studentenleven heeft zich dan ook echt alleen afgespeeld in Amsterdam. We gingen de kroeg in na college, dronken bier en maakten wilde plannen voor de toekomst. Maar het was altijd een Amsterdamse kroeg.

Ik besefte dus heel goed hoe bijzonder het was om de oud-studiegenoot in Groningen te mogen ontvangen. We rookten een sigaret, slenterden wat rond over de Vismarkt en becommentarieerden de ‘kermis’ of wat daarvoor door zou moeten gaan – het bestond in ieder geval uit enkel een reuzenrad en een draaimolen. Ik vroeg hoe het in Amsterdam is sinds ik daar niet meer studeer en we namen de recentste roddels door over onze (ex-)medestudenten en (ex-)docenten. Weinig veranderd sinds ik was vertrokken, alles gaat zijn gangetje en ja, die en die gedroegen zich nog steeds zus en zo.

Grappig: als je ergens vertrekt, zeggen de achterblijvers altijd dat er niets veranderd is, terwijl je zelf bij terugkomst meestal ziet hoe opvallend weinig hetzelfde is gebleven.

Maar goed, toen we de Selexyz passeerden, besloten we om even binnen te gaan kijken. Enkele dagen ervoor had mijn oma me nog via de telefoon verzekerd dat ik er écht lag (“Ja, en ook in die andere boekhandel!”). De Amsterdamse studiegenoot en ik gingen dus naar binnen en liepen rechtstreeks naar de Literatuur top 10. Daar lag ik niet. Op de hele afdeling ‘Literatuur’  was ik niet te vinden. We besloten het professioneler aan te pakken en liepen beiden zoekend een andere kant op. Na tien minuten troffen we elkaar weer – ik was neerslachtig, hij hongerig. We hadden net besloten het op te geven, toen mijn oog viel op een bordje met de tekst “Ramsj in de kelder”. Hij zag het ook. We keken elkaar even aan en liepen toen naar beneden.

Ik lag er. Niet bij de ramsj, maar bij de non-fictie. Hoewel Jaap Goedegebuure in de Trouw van 7 januari concludeerde dat literaire non-fictie in opkomst is, wordt het genre blijkbaar toch diep weggestopt. Het maakte niet uit, want voor het eerst zag ik mijn eigen boek staan. Staan, want ze stonden rechtop, tegen de muur, zes naast elkaar. Ik was trots. Een dag later stuurde Jildert Niessen me bovendien een foto (foto hiernaast) van mijn boek in een boekhandel in Leeuwarden. Hij krijgt dat biertje.

Over bier gesproken: de studiegenoot uit Amsterdam besloot dat we lang genoeg getreuzeld hadden en dat het tijd was om te gaan interviewen. We zochten een café en bestelden twee biertjes. De ober zette ze voor ons neer.

“Alstublieft, twee Amsterdammertjes.”

Dat voelde toch weer even net als vroeger.


Permalink to Vuile vaat

Vuile vaat

Daar zit ik dan, met mijn masteropleiding Nederlandse taal en cultuur. Ik dacht dat het publiceren van een boek vooral een kwestie van schrijven was. Op mijn (toenmalige) clichématige tochtige zolderkamer werkte ik aan wat mijn debuut zou worden, helemaal in de stijl van de bekende droogbroodschrijvers. Ik was opgelucht toen ik de laatste versie van het manuscript inleverde. Eindelijk klaar!

Mis. Toen begon het echte werken pas.

Aanstaande vrijdag om 20:00 uur wordt de officiële boekpresentatie gehouden in Hotel Hulsebos. Een beetje angstig voel ik de datum dichterbij komen. Het op één na ergste wat kan gebeuren is dat er slechte recensies komen. Het ergste is dat er helemaal géén recensies komen. Wat zal er gebeuren?

Over aandacht vooraf heb ik in ieder geval niet te klagen: ik heb een dagboek voor het Dagblad van het Noorden mogen schrijven, en al interviews mogen geven aan Vriendin, de Veendammer, Boeien en Trouw. Interviews met Radio Noord en het Pekeltje zullen nog volgen. Er wordt veel publiciteit gegenereerd via lokale initiatieven en de website is zo goed als af (bedankt Daan!). Bovendien mag ik voor vrijdag nog even vijftig boeken signeren voor het Dagblad van het Noorden. Het is een beetje onwerkelijk.

Eerst vrijdag maar eens zien door te komen. Op dit moment zit ik met een Vriendin voor mijn neus. Het eerste wat mijn moeder deed was haar exemplaar dubbelvouwen. Mijn vriend sms’te al dat hij me in eerste instantie niet eens herkende op de foto’s. Logisch, want dankzij de fotografe én de visagist zijn ze ook onrealistisch mooi geworden.

Het is onwerkelijk. Gelukkig is de vuile vaat niet weggephotoshopt. Dat maakt het weer echt.